Ptolemaios V Epifanes

Een ere-inscriptie voor Ptolemaios V

15 juni 2021

Romeinse inscripties zijn vaak niet heel moeilijk om te lezen. Deze of gene keizer (er volgt een opsomming van namen), imperator voor de zoveelste keer, caesar, augustus, hogepriester en nog een hele batterij ambten, consul voor de zoveelste keer, in het zo-en-zoveelste jaar van zijn bevoegdheden als volkstribuun, vader des vaderlands, stichtte dit of dat gebouw, legde er dit bedrag voor opzij en voegde voor het onderhoud dat bedrag toe, en om die reden zegt de gemeenteraad dank je wel.

De titels van Ptolemaios V

De bewoners van het Ptolemaïsche Rijk in Egypte konden er ook wat van. Op 27 maart 196 v.Chr. kwamen priesters samen om een inscriptie op te stellen. Die is te lang om hier te vertalen, maar het begint met een datering ten tijde van “de jonge koning”. Dat het gaat om de vorst die wij Ptolemaios V noemen, wordt verderop duidelijk; hij was een jaar of veertien. Na de jonge koning te hebben genoemd, gaan de priesters helemaal los. Hij heeft de macht geërfd van z’n vader en verder was de jonge koning de heer der kronen, was zijn glorie groot, had hij Egypte georganiseerd, was hij vroom ten opzichte van de goden en was hij de overwinnaar van zijn vijanden …

Deel:
Categoriën: Egypte, Hellenisme
Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)

Gustaf Kossinna (2)

14 juni 2021

Gustaf Kossinna, over wie ik zojuist al blogde, zou tegenwoordig gelden als een van de grootste archeologen aller tijden, als zijn opvattingen verder hadden gestaan van die van de Nazi’s. Het was in zijn tijd gebruikelijk aan te nemen dat niet alleen de Germanen, maar ook de sprekers van de Proto-Indo-Europese taalfamilie afkomstig waren van de Noord-Duitse Laagvlakte. De Germanen stonden daarom het dichtst bij de oorsprong en bezaten daardoor een etnische zuiverheid die elders afwezig was. Zo was Brittannië door invasies van allerlei volken (Belgen, Romeinen, Vikingen, Normandiërs) verworden tot een etnische smeltkroes, terwijl in Gallië Keltische, Romaanse en Germaanse elementen samenkwamen. De Germanen waren daarentegen raszuiver gebleven. Dacht men.

Nobele Germaanse wilden

Hun raszuiverheid maakte – nog steeds volgens Kossinna – de Germanen biologisch superieur. Bovendien hadden ze een superieure taal, die hen in staat stelde creatiever te zijn dan andere volken: een eigenschap die tot dan toe meestal was toegeschreven aan de Grieken. Wie met de nobele Germaanse barbaren contact maakte, meende Kossinna, raakte daardoor verrijkt.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Gustaf Kossinna

Gustaf Kossinna (1)

14 juni 2021

In de dagen van Schliemann en zijn jongere tijdgenoot Montelius zou niemand de grens tussen klassieke en prehistorische archeologie hebben kunnen trekken. Er was nog zo veel onbekend, de methoden waren nog nieuw en in feite bestond de archeologie als wetenschap nog niet. Er waren hooguit wat aanzetten daartoe. Geleidelijk aan kozen sommige onderzoekers voor samenwerking met de classici en de oudhistorici; zij gingen hun materiaal presenteren op een gevaarloze wijze, ermee tevreden een hulpwetenschap te zijn waar classici iets aan hadden. Ik blogde er al over.

Er waren er die zich verzetten tegen het huns inziens overdreven belang dat werd gehecht aan Griekenland en Rome. Eén zo’n criticus was de Duitser Gustaf Kossinna (1858-1931), die meende dat de originaliteit van Griekenland en het oude Nabije Oosten systematisch werd overschat. Het werd tijd, vond hij, om de noordelijke volken de plaats te geven die ze verdienden. Daarom stichtte hij in 1909 te Berlijn het Deutsches Institut für Vor- und Frühgeschichte, dat niet veel later werd omgedoopt tot Institut für Deutsche Vor- und Frühgeschichte. Al voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren in Frankrijk en Engeland vergelijkbare instituten voor de nationale archeologie opgericht.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

De Bergrede (2)

13 juni 2021

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

Boeken over Karthago

12 juni 2021

Oké mensen, ik heb jullie hulp even nodig. In januari verschijnt mijn boekje Hannibal in de Alpen. Zie boven. Daarin leg ik uit waarom we een ogenschijnlijk simpele vraag als “over welke bergpas trok het Karthaagse leger naar Italië?” niet beantwoorden kunnen. Op het eerste gezicht is een boek over een puzzel zonder oplossing even zinloos als het het Portugees vertalen van Wat & Hoe Portugees?, maar het is een leuk onderwerp om te tonen dat zelfs een eenvoudige vraag een oudheidkundige dwingt na te denken over tekstuele problemen, klimaatreconstructie, topiek, archeologie, statistiek, biologie, tekstkritiek, paleohydrologie en wat dies meer zij. Kortom, tweede-lijn-voorlichting.

Deel:

De ketter van Carthago (2)

11 juni 2021

De vorig jaar verschenen historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas gaat niet en wel over Augustinus, de bisschop van Hippo over wie ik gisteren blogde. De hoofdpersoon heet Spes en wordt aangetrokken, afgestoten, opnieuw aangetrokken, weer afgestoten en tot slot weer aangetrokken door de bisschop, die dus wel centraal staat in het boek. In feite is het samen te vatten als “hoe Spes bleef kijken naar Augustinus”.

Deel: