Interview met Daan Nijssen

25 januari 2021

Vandaag verschijnt het boek Het wereldrijk van het Tweestromenland van Daan Nijssen. Het is een geschiedenis van het antieke Nabije Oosten, een thema dat enerzijds belangrijk en boeiend is, maar anderzijds lastig. Veel van die namen, plaatsen en volken zijn ons immers vreemd. Nijssen, die online al publiceerde op zijn eigen blog en op Sargasso en die dus weet wat hij doet, heeft het kunststukje toch geflikt: een leesbaar boek over een van de grootste oude beschavingen.

Deel:
Categoriën: Geen categorie
Tags:

De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii (2)

25 januari 2021

Rond de achtste eeuw voor Christus begaven reislustige Grieken zich, zoals we gisteren zagen, richting het zuiden van Italië waar zij koloniën stichtten in het gebied dat later door de Romeinen Magna Graecia zou worden genoemd. Een van de vijf grootse koloniën was Locri Epizephyrii waar ‘de meest befaamde tempel’ van Italië zich bevond en gewijd was aan de godin Persephone. Er was echter nog een andere godin die hier een bijzondere status genoot, namelijk Aphrodite. Circa 700 kilometer van Locri vandaan werd er in 1887 een bijzondere vondst gedaan die aan haar tempel in Locri wordt gelinkt: de Ludovisi-troon.

Persephone en haar pinakes

De vorige keer in De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii, heb ik kort de stichting van de Griekse kolonie Locri Epizephyrii in de Italiaanse provincie Calabrië uitgelicht. In deze onafhankelijke stad (apoikia) speelden vrouwen ogenschijnlijk een belangrijke rol hetgeen tot uiting komt in bijvoorbeeld een van de stichtingslegende van de stad zoals overgeleverd door Polybios (Historiën, XII.5). Deze Griekse historicus vertelt hoe hij van de Locriërs zelf heeft vernomen hoe de vrouwen uit Lokris (van het Griekse vasteland) naar Zuid-Italië vluchtten, samen met hun slaven, en hier de stad Locri stichtten waar de nobele families der “Honderd huizen” voortleefden via de matrilineaire lijn.

Deel:
Categoriën: Griekenland, Italië

Een prijs voor Mischa Meier

24 januari 2021

Er zijn allerlei redenen om literaire prijzen te negeren. Om te beginnen zijn er teveel valse voorwendselen. Onder het mom iets te doen aan cultuur, tuigt de boekenbranche een circus op van nominaties voor long en short lists en wat er nog meer voorafgaat aan de prijsuitreiking. Het doel is het creëren van aandacht voor een zo beperkt mogelijk aantal boeken, aangezien dat op voorraad valt te houden. Voorraden zijn namelijk duur. Geen kwaad woord over de hardwerkende boekverkoper, maar hoe smaller het aanbod, hoe beter voor de winkel en hoe smaller onze cultuur.

Non-fictie

Daarnaast zijn er de non-fictie-prijzen. Die dienen nogal eens om betrekkelijk kleine clubs een persmomentje te geven. De biologenclub reikt een prijs uit voor het beste biologieboek en zo voort. Helaas kent zo’n specialistenclub zelden de eisen voor verantwoorde non-fictie. Nu zal ik meteen erkennen dat termen als Public Understanding of Science, Public Awareness of Science en Public Engagement with Science onaantrekkelijk zijn, maar wetenschappers verwoorden daarmee serieuze inzichten over de wijze waarop ze zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk in contact brengen met zo recent mogelijke inzichten. (Stomtoevallig blog ik er maandag over omdat ik PUS, PAS en PES nodig heb voor een stukje van woensdag.)

Deel:
Tags:

De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii (1)

24 januari 2021

In 2007 studeerde ik af aan de Vrije Universiteit van Amsterdam voor de opleiding Oudheidkunde. Voor mijn scriptie deed ik onderzoek naar verschillende Griekse steden, waaronder enkele Griekse koloniën die in het zuiden van Italië (Magna Graecia) waren gesticht. De focus lag hierbij op de beoefende religie in deze onafhankelijke steden (apoikiai) in de zesde en vijfde eeuw voor Christus. Een van de vijf grootste steden van “Groot-Griekenland” was Locri Epizephyrii, gelegen in Calabrië. In deze stad genoten vrouwen een bijzondere status, zo blijkt uit diverse archeologische vondsten die hier werden gedaan begin twintigste eeuw, maar ook uit overleveringen van antieke schrijvers zoals Strabo.

Griekse kolonisten in Zuid-Italië

Zo rond de achtste eeuw voor Christus begaven reislustige Grieken uit moederland zich naar het zuiden van Italië waar zij onafhankelijke steden (apoikiai) stichtten. Het gebied waar zij zich settelden werd door de Romeinen Magna Graecia genoemd, oftewel “Groot Griekenland” en omvat – grofweg – de provincies Campanië, Apulië, Basilicata, Calabrië en tevens ook Sicilië. Enkele bekende apoikiai van Magna Graecia zijn Syracuse, Cumae, Poseidonia, Croton, Rhegium en Tarente.

Deel:
Categoriën: Griekenland, Italië

De Rechte Weg

24 januari 2021

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 n.Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

Het goud van Macedonië

23 januari 2021

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Deel:
Categoriën: Macedonië
Tags: ,

Waarom een Griekse dactylus wel serieus is en een Nederlandse niet

22 januari 2021

Een eenvoudige ritmische wet is dat de driekwartsmaat licht is en de twee- of vierkwartsmaat zwaar. In de muziek is een driekwartsmaat een wals en een vierkwartsmaat een mars. In de Nederlandse poëzie hebben veel lichtere genres een onderverdeling in drieën: van de limerick (een vrólijke mán te Den Dúngen) tot en met het zogeheten ollekebolleke (‘Éven uw áándacht graag / Kórte beríchtgeving / Óndergenóémde / Is níét meer in bééld’): ze walsen de tent uit. Serieuze gedichten worden geschreven in regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen.

Ik denk dat dit een factor is waarom Nederlandse vertalingen van Homeros of Vergilius of dat soort lieden in dactylische vorm vaak zo moeizaam zijn. Een dactylus is támtata in het Nederlands en dus een driekwartsmaat. Dat ligt niet lekker voor een hoogdravende tekst zoals een epos. Veel vertalers hebben daarom een jambische maat verkozen. Men zegt dat dit gebeurt omdat dit ‘nu eenmaal’ beter in het gehoor legt, maar waarom dat gehoor dan zoveel beter reageert op die jamben dan op dactyli, dat zegt men er dan weer niet bij. Ik denk dat die driekwartsmaat er iets mee te maken hebben.

Deel:
Categoriën: Griekenland

Caesar verovert Corfinium

22 januari 2021

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek

Het kalifaat van Medina, 622–661

21 januari 2021

LONGREAD over het eerste Arabische Rijk

Het standaardverhaal over de eerste Arabische staat is algemeen bekend. In 622 verliet de profeet Mohammed zijn geboortestad Mekka en emigreerde naar Medina, waar hij een staat stichtte. Na zijn dood behielden drie van zijn opvolgers, gewoonlijk bekend als de ‘rechtgeleide kaliefen’, Medina als hun hoofdstad, dat zij als basis gebruikten voor immense veroveringen. De vierde kalief ʿAlī regeerde de facto in Kūfa, in Irak. Na zijn dood in 661 verplaatste het zwaartepunt zich naar Damascus in Syrië, waar de Umayyade Muʿāwiya, die al sinds 642 als stadhouder had geregeerd, nu kalief werd.

Deel:
Categoriën: Arabië, Islam